Wat betekent deze noodzakelijke ommezwaai voor het ruimtelijke ontwerp? Welke ontwerpbenaderingen zijn er nu al in het veld te herkennen? Welke weerstanden en moeilijkheden komt een ontwerper tegen die mét de natuur, dus natuurinclusief, ontwerpt? Welke oplossingen worden voor die moeilijkheden bedacht? Dertien experts, bestaande uit (landschaps)architecten, wetenschappers op het gebied van architectuur en planologie, een ecoloog en een bioloog, bogen zich op uitnodiging van Het Nieuwe Instituut over deze vragen. In twee sessies discussieerden zij over de relatie tussen 'natuur en ruimtelijk ontwerp', gedeeltelijk aan de hand van concrete, door de aanwezige architecten ontworpen projecten en gedeeltelijk via lezingen van de overige experts.

Ontwerpbenaderingen

Hoe pakken ontwerpers natuurinclusief ontwerpen aan? Dat is voor elke expert anders – en toch zijn er overeenkomsten in hun benadering. Verbeelding en beleving kunnen effectief ingezet worden om begrip voor de natuur te scheppen, draagvlak te creëren én fraaie omgevingen te ontwikkelen.

"GREENING ALONE MEANS NOTHING"
Michael Hensel

Voorbeelden zijn beestenbomen, dieren als ambassadeurs, de kleurrijke verschijning van algengevels,  de kwelderstructuur  en de Biologische Klok. Een heel directe benadering die werkt via de verbeeldingskracht van mensen. Op een speelse en fantasievolle manier kunnen gebruikers kennis maken met natuur – en de dieren en planten vinden nieuwe leefruimte.

De aanpak om geen eindbeeld te willen formuleren bij het ontwerpen mét natuur, werkt meer indirect. Dit heeft te maken met de overtuiging dat juist het niet planbaar zijn de kracht is van natuurlijke processen. Met het herstel van een oude beek wordt een brakwaterbiotoop geïntroduceerd in een landschapspark in Velsen; het concrete resultaat is niet te voorspellen. Het onverwachte kan ook bijvangst zijn: onbedoeld en toch heel welkom. Op de groene gevels en daken van het Mercator Bad groeien vanzelf lokale planten en bouwen konijnen hun holen. Een lering voor de toekomst. De natuur zoekt uiteindelijk haar eigen weg, ook in de stad.

Een andere benadering introduceert 'natuur' bij opgaven die in tegenspraak lijken met natuurverbetering. Complexe vraagstukken worden geherinterpreteerd als een mogelijkheid voor het scheppen van leefruimte voor specifieke dier- en plantensoorten. De ontwerpers passen uitgekiende specialistische kennis en technieken toe. Een vuilnisbelt wordt een veengebied, en een viaduct over een snelweg een algenkwekerei . Het resultaat ziet er prachtig uit en levert hoogwaardige (recreatie)omgevingen op.

Weerstanden in de praktijk

Het bewust ontwerpen mét de natuur bevindt zich in een pioniersfase. Ontwerpers en deskundigen experimenteren met biologisch materiaal en biologische modellen, maar ook en vooral met een nieuwe manier van werken. Beproefde methoden blijken in deze experimentele praktijk hindernissen en belemmeringen op te leveren.

Onze werk- en denkcultuur is vooral gericht op getalsmatige rentabiliteit, kostenzekerheid en het temmen van de natuur. Waardemodellen in de ontwerpwereld zijn gebaseerd op opbrengst per vierkante meter en op de terugverdientijd van een investering. Sommige experts betwijfelen nu juist of de rentabiliteit van biodesign berekend kan worden of stellen de berekenbaarheid als waarde an sich ter discussie.

Natuurinclusief ontwerpen richt zich bewust ook op andere waarden dan de rentabiliteit, zoals natuurontwikkeling, en de beleving en bewustwording ervan. Zo blijft één gedachte bij opdrachtgevers en overheden overeind: natuur = duur. Natuur staat gelijk aan extra ontworpen elementen, dus aan extra kosten. De precieze meerwaarde hiervan blijft voor opdrachtgevers, overheden en adviseurs moeilijk in te schatten.

Voorschriften en normeringen over onderwerpen als watermanagement en voedselveiligheid zijn direct gekoppeld aan ruimtelijke vraagstukken en staan zo ook in samenhang met een biologische ontwerppraktijk. De om begrijpelijke redenen bedachte normeringen staan het experimenteren echter in de weg. Een sprekend voorbeeld zijn de moeilijkheden die een ontwerper ondervond bij het realiseren van zachte, drassige oevers, belemmeringen voor dieren en planten. Wat klinkt als een eenvoudig en sympathiek idee, waar niemand iets op tegen kan hebben, bleek door de normeringen voor de breedte van watergangen ingewikkeld te realiseren. Door het beklemtonen van de voordelen voor de natuur en het wijzen op succesvolle, gerealiseerde voorbeelden elders, kon de ontwerper afwijken van de norm.

Alleen op het eigen vak gerichte specialisatie werkt niet meer. Ontwerpers en deskundigen die, bewust of onbewust, in hun eigen denkwerelden vastzitten, dragen niet bij aan innovatie. Een innoverend vakgebied is voortdurend in beweging en kennis daarvan kan alleen door het delen van informatie bijgehouden worden.

'WETENSCHAPPELIJKE KENNIS SIJPELT NIET DOOR NAAR DE PRAKTIJK.'
Robbert Snep

Maar de praktische ervaringen van ontwerpers en de resultaten van onderzoeken blijven versnipperd. En hier zit een van de problemen: wetenschappelijke ecologische en biologische kennis is nog niet vertaald naar oplossingen die ontwerpers direct kunnen inzetten. Kennis sijpelt niet door naar de praktijk, aldus ecoloog Robbert Snep, en vice versa. Ook de houding van veel ontwerpers ten opzichte van kennisopbouw maakt het niet makkelijker, merkten meerdere experts op. Ontwerpers zijn geneigd alles zelf te willen oplossen. Dit staat het delen van informatie – en van succes! – in de weg.

De onvoorspelbaarheid en eventuele onbeheersbaarheid van grootschalige biologische processen speelt ook een rol. Biologische ontwerpen zijn dynamisch, ze 'leven' letterlijk. Volgens architectuurprofessor Michael Hensel zijn de lange termijn consequenties van grootschalige biodesign ingrepen onbekend; er bestaan geen wetenschappelijke ervaringsgetallen en vergelijkingsdata. Daarbij zijn de processen vaak zodanig complex dat ze zich (nog) niet laten vatten in berekenbare modellen. En met het accepteren van onzekerheden staat onze werk- en denkcultuur juist op gespannen voet. Vooral de ontwerpers die niet willen uitgaan van een vaststaand eindresultaat ervaren belemmeringen.

Oplossingen en kansen

Het koppelen van een ontwerpopgave aan een erkend en urgent lokaal of globaal vraagstuk is een veel toegepaste strategie van ontwerpers. Bijvoorbeeld bij maatschappelijke vraagstukken op het gebied van waterhuishouding, het stijgen van de zeespiegel, het omzetten van C02 naar voedselproductie en het verbeteren van de leefbaarheid in een achterstandsbuurt. Aan het laatste project - een strategie voor het vergroten van de biodiversiteit samen met de leefbaarheid van een wijk - is ook te zien hoe de factor 'tijd' strategisch wordt ingezet om ook financiële projectdoelen te bereiken. Opgeknipt in kleine deelprojecten en verdeeld over meerdere jaren worden voor elk van de kleinschalige deelprojecten fondsen en subsidies geregeld. Alle deelprojecten samen vormen dan een doelgericht project.

Uit deze voorbeelden blijkt, dat ontwerpers naast ontwerptalent tal van andere vaardigheden nodig hebben: ze benutten de status van de zogenaamde voorbeeldprojecten waardoor minder zware regels gelden, gebruiken prestigieuze prijsvragen zoals de Internationale Bauausstellung voor het toetsen en verspreiden van hun ideeën en vormen doelgerichte allianties met betrokkenen, bijvoorbeeld met nutsbedrijven.

Door de projecten zonder vaststaand eindresultaat zelf te monitoren of dit door wetenschappers te laten doen, dragen ontwerpers bij aan kennisopbouw. En gelijktijdig spelen ze hiermee slim in op de diepliggende Nederlandse behoefte aan berekenbaarheid en zekerheid. Hét unique selling point van de ontwerper bestaat uit het vertalen van abstracte kennis in voor iedereen aansprekende en begrijpelijke beelden. Opeens wordt duidelijk waar het project eigenlijk over gaat.

De immense waarde van samenwerken en het kunnen communiceren over de grenzen van het eigen vakgebied heen, kan niet genoeg worden benadrukt. Belangrijk is de vroegtijdige betrokkenheid van experts bij het ontwerpproces, het ontwikkelen van digitaal beschikbare tools om de specialistische kennis voor ontwerpers toepasbaar en inzichtelijk te maken en het ontwikkelen van wetenschappelijke methodes om de complexiteit van biologische processen in kaart te brengen.

'DIT PLEIT VOOR EEN TOELATENDE OVERHEID EN REGEL-LUWE ZONES.'
Jessica de Boer

Een bijzondere rol speelt de relatie met de overheid. De experts pleitten voor een 'toelatende overheid', die open staat voor vernieuwing. Bijvoorbeeld door het inrichten van experimentele low-density law areas, experimentele beleidszones waar bepaalde regelgeving en normeringen niet of in aangepaste vorm gelden.

Het zien van oplossingen in plaats van het opwerpen van problemen en het voeren van principiële discussies: deze veranderde mindset is noodzakelijk voor een innovatieve ontwerppraktijk.

Het gaat om een werkhouding van de ontwerper, waarbij elke opgave op mogelijke kansen voor mens én natuur onderzocht wordt. Zo biedt het in ere herstellen van een beek en een getijdenzone nieuwe kansen voor dieren en planten en een inspirerende omgeving voor de omliggende wijk.

In natuurinclusieve projecten wordt gezocht naar vernieuwende oplossingen voor zowel mens als natuur en/of voor het verhogen van de biodiversiteit. Ook niet gerealiseerde studieprojecten kunnen hierbij een belangrijke rol spelen: ze laten zien wat er mogelijk is. Een probleem schuilt in de daadwerkelijke implementatie. Veel onderzoeks- en studieprojecten met potentie worden uiteindelijk door vooral praktisch georiënteerde uitvoerders gerealiseerd. Van de oorspronkelijk ontworpen biologische visie blijft dan weinig over.

Innovatie- en kenniseconomie!

Het hier gepresenteerde werk varieert van uiterst experimenteel tot zeer praktisch toepasbaar. Eén overeenkomst is duidelijk: door het nadenken over 'natuur' ontstaat een extra inspirerende dimensie.

'MOETEN WE NIET ZELF NÓG PROACTIEVER AAN DE SLAG GAAN?'
Eric-Jan Pleijster

De experts creëren niet alleen kansen voor de natuur, maar ook voor zich zelf: ze creëren hun eigen werkveld. Hoe kun je je eigen opdrachten verrijken? Hoe zorg je voor uitbreiding van je kennis? En hoe herdefinieer je een opdracht in de richting van een speciaal thema, waarin je zelf unieke kennis hebt? Alle deelnemende ontwerpers zijn hier meester in. Dit alleen al geeft voldoende stof tot nadenken.

De moeilijkheden die de ontwerpers ondervinden, komen gedeeltelijk voort uit het werken met biologisch materiaal: per definitie levendige en dus onvoorspelbare materie.  Maar voor het grootste gedeelte zijn de belemmeringen inherent aan het pionieren en innoveren. Als ontwerper die zelf jarenlang op het gebied van duurzaamheid heeft gewerkt, weet ik er alles van. De belemmeringen door inflexibele voorschriften, tegen- in plaats van samenwerken en de schijnargumenten over extra kosten op korte termijn klinken akelig bekend. Nederland doet nog steeds te weinig om de dringende ecologische en biologische problemen middels innovatie aan te pakken.

Duidelijk werd tijdens deze verkenning: kennis over ontwerpen mét natuur is voorhanden en wordt steeds verder ontwikkeld. Talent is in hoge mate aanwezig. Maar hoe kunnen duurzame bruggen tussen wetenschappelijke kennis en ontwerpervaring gebouwd worden? Welke 'taal' biedt de meeste kansen voor kennisoverdracht? En hoe kan er voor gezorgd worden dat de projectideeën met biologische visie ook gerealiseerd worden? Wellicht bieden de ervaringen opgedaan in de afgelopen decennia met het implementeren van duurzaamheid in het ruimtelijke ontwerp hiervoor inzicht.

Deelnemers expertsessie 23 januari 2014

  • Jessica de Boer, Universiteit Groningen
  • Ingrid van der Heijden, The Cloud Collective
  • Michael Hensel, AHO Oslo School of Architecture and Design
  • Peter Mensinga, Arup
  • Arjen Mulder, V_2
  • Eric-Jan Pleijster, LOLA Landscape Architects
  • Robbert Snep, Alterra / Wageningen
  • Gerjan Streng, The Cloud Collective
  • Rik de Visser, Vista Landschapsarchitectuur en Stedenbouw

Deelnemers expertsessie 16 juni 2014

  • Alexander Herrebout, LINT
  • Peter Mensinga, Arup
  • Eric-Jan Pleijster, LOLA Landscape Architects
  • Robbert Snep, Alterra / Wageningen
  • Gideon Spanjar, Writtle School of Design & Centre for Econics and Ecosystem Management, University of Essex
  • Jacques Vink, Ruimtelab2 / Rotterdam Natuurlijk!
  • Rik de Visser, Vista Landschapsarchitectuur en Stedenbouw
  • Piet Vollaard, Ruimtelab2 / Rotterdam Natuurlijk!
     
Marten Kuijpers & Klaas Kuitenbrouwer
Andrea Prins
Lotte Haagsma
Jochem van der Spek
Isaura San
Chantal Defesche

Dit project maakt deel uit van de programmalijn Landschap en Interieur en het dossier AAARO Onderzoeksprojecten.

Het project Natuur & Ruimtelijk Ontwerp is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur & Milieu in het kader van de ActieAgenda Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp (AAARO).